Hemingway never ate here

20140504-173052.jpg
De Amerikaanse schrijver Ernest Hemingway was een groot fan van Spanje en meer nog van Madrid. Hij vocht mee in de Soaanse burgeroorlog (aan de anti-Franco kant), waarover hij o.a. schreef in ‘For whom the bell toils’. Maar ook voor de Spaanse burgeroorlog verbleef hij al geruime tijd in Spanje, en dan het liefst in Madrid; de Spaanste aller Spaanse steden volgens Hemingway. In 1932 schreef hij er het ultieme boek over strierenvechten “Death in the afternoon”. Een fatsoenlijk mens kan tegenwoordig niet meer naar een stierengevecht, maar lees Hemingway en het is ook niet meer nodig. Naast schrijven besteedde Hemingway in Madrid ook veel fijd aan zijn hobby: drinken. Er zijn weinig bars van voor de 1960 waar Hemingway niet gedronken heeft en er zijn er sowieso een hoop die beweren dat hij er ooit geweest is. Nou ja, dan word een restaurant waar Hemingway niet gegeten heeft vanzelf exclusief.

20140504-174802.jpg
De wijk El Rastro was ook in de tijd van Hemngway al populair. Ooit het slachthuis van Madrid en de buurt met leerlooierijen, maar ook het snijvlak tussen Afrika en Europa in Madrid. De buurt was in de 19 eeuw in een populair toevluchtsoord voor dieven en ander gespuis. De buit werd er ook verhandeld en over de jaren groeide uit deze handel de grootste vlooienmarkt van Europa. Elke zondagmorgen worden er zo’n 3500 kramen opgezet met bric en brac, souvenirs, goedkope kleding en andere meuk. Naast de nodige toeristen trekt de markt ook veel locals, die een rondje slenteren voordat ze in de vele bars aan het aparitief en de tapas gaan.

20140504-175353.jpg
En er is dus ook christelijke en andere kunst te koop. Wij gaan naar een echt museum en we bevinden ons in goed gezelschap. Hemingway hield niet van musea; hij was liever onder de levenden. In ‘Death in the afternoon’ beschrijft hij alleen de buitenkant van het Prado. Dat wil overigens niet zeggen dat hij er nooit kwam. Voor dit museum maakte hij graag een uitzondering op zijn principes. En terecht. De Spaanse overheersing in de late middeleuwen en de vroege renaissance heeft er voor gezorgd dat er een fantastische collectie kunst uit die tijd hangt. En omdat Spanje ook heerste over de lage landen hebben ze ook veel Vlaamse primitieven. De mooste schilderijen van Jeroen Bosch hangen in het Prado. Goed voor een paar welbestede uurtjes.

20140504-182911.jpg
En verder doen wij als de Spanjaarden en wisselen kunst en cultuur af met een hapje, een drankje en enkele tapas. Het ‘Museo del Jamon’ heeft geen zitplaatsen, maar levert een biertje en een tapa voor 80 cent. Muy bien.

20140504-183113.jpg

Over Reisfamilie

Graag onderweg
Dit bericht werd geplaatst in Spanje en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.