Sri Lanka 2

Dit is deel 2 van de Sri Lankareis 2013. Deel 1 staat hier.

Er zit ’n kakkerlak in onze kamer godd….

20130807-200944.jpg
Een heel rustige vakantiedag vandaag, met een beetje zwemmen en hangen rond het hotel. Maar dat was pas na een enerverende nacht. Ooggetuigeverslag van @mamachocola:

20130807-201917.jpg
Het is half twee ’s nachts als ik nog maar eens naar de wc ga. schuifel terug naar m’n bed. Het nachtlampje doet het niet, maar in het schijnsel van de wandlamp zie ik hem. Het is een k.k…k. KAKKERLAK!!!!

Elke nieuwe hotelkamer, badkamer, wc, betreed ik al die vakanties in Azië met de nodige omzichtigheid. En nu. Hier. Waar je het effe echt niet verwachtte, is ’t ie daar. Hij moest dood. Dat stond vast. Een waterfles werkte niet, doordat zo bleek na de tweede schrille kreet, de bodem hol was. Het dier ontsnapte rap, ik schrok geweldig. Nu werd t stress. Ooit heb ik iets dergelijks meegemaakt met een heel dikke spin. Diens dood hielp me in een keer van mijn spinnefobie af. Kom op! Verman je.

Terwijl tv beelden van een kakkerlakkenplaag in de Bijlmer (19… euh, je moet ook niet te veel willen weten) waarbij horden kakkerlakken in aaneengesloten rijen door de keukenkastjes renden. Hele huizenblokken moesten ontruimd en bespoten. Een kakkerlak is nooit alleen… Licht gestressd – nou ja licht – zoek ik een geschikt moordwapen. Converse, maatje 39, weeg ik in mijn hand. “Een kakkerlak moet je nooit doodtrappen, want dan komen de eitjes vrij en komen er dus nog veeeel meer”, gaat het door mijn hoofd. Ik draai me om. De kakkerlak is ontvindbaar.

Paniek!! Ow, waarom is Hans er nou niet? Straks zit ie op ’t bed. Kunnen ze eigenlijk vliegen? Kevers kunnen vliegen. My god! Daar was ooit n franse geweikever die net mijn kant op moest vliegen. Ik wist t niet. Van kakkerlakken bedoel ik. Dapper keek ik achter het gordijn. Aaaaik!! O nee weer een en nog groter. Nu was Marit dan toch ook wakker. Ze zag onmiddellijk dat dit menens was. Mama, die altijd alle spinnen, muggen, mieren, langpoten, dapper te lijf gaat was nu op stress. Doortastend roept ze: ” Haal papa” en dan “laat me niet alleen”.

Nou papa zit in de kamer hiernaast, te bereiken door naar buiten te gaan. Luttele seconden later gillen we samen onze redder in nood uit zijn rem-slaap. Die dacht minstens een bende tamils te moeten verjagen. Hij komt dan ook met lichte tred onze kamer binnen. “O, o, jullie zullen wel erg geschrokken zijn.” Hij slaat de twee onruststokers plat….. Oke. En nu slapen? Echt niet. Marit wil met Hans mee naar zijn kamer (en ik eigenlijk ook). Hans vindt dat hij niet kan blijven, want Frank is alleen. Tja…

We weten alledrie dat Hans niet met beddengoed gaat slepen of zo. En dat Marit en ik straks ‘gewoon’ hier moeten gaan slapen. Maar Hans wist ook dat ie echt nog niet weg mocht . Hij pakte er een stoel bij en begon te vertellen: “De kakkerlak”. Je kent het wel, van je eigen ouders.
Hij doet niks, is banger voor ons dan wij voor hem (noouuww, dat betwijfel ik), gelukkig ontbrak het “nuttige beestjes” van mijn eigen vader, waarna Hans afsloot met ‘en ze houden niet van licht’.

Aha! We worden weer strijdvaardig, nu we onze vijand beter kennen. Alle lichten gaan aan, ook buiten. En na een laatste inspectie van de kamer – ik dwing mezelf om onder het bed te kijken, waar goddank nog geen stofje ligt – met het moordwapen binnen handbereik, kruipen Marit en ik weer in bed. Ver van de zijkanten, in elkaars armen, vallen we uiteindelijk weer in slaap.

En Hans? Die heeft er niks onaardigs van gezegd. Alleen “Ik heb het nu voorgedaan, dus kun je het volgende keer zelf”. Hmmm. Ik denk dat ik het nog niet helemaal goed heb gezien.
Volgende keer??? 😱

 

Kandy House; een minder briljant verhaal.

20130808-193806.jpg
Bussen in Azië, het blijft een belevenis. Na het ontbijt en het inpakken (altijd goed voor een achteruibidmomentje) staan we om half elf langs de weg om een bus naar Kandy te vangen.

20130808-194343.jpg
Er zou elk uur een bus langs moeten komen, dus als het een half uur later lukt zitten we keurig op het gemiddelde. We gooien de rugzakken in de bagageruimte en persen ons zelf de bus op. Zoals altijd is het weer net het EO-programma “Er kan nog meer bij”. Frank en Marit hebben snel een zitplaats, Hans en Mirjam staan het eerste uur of anderhalf. Maar gelukkig worden we vermaakt met de lokale hits. Slecht filmpje, maar goede impressie:

We doen bijna drie uur over 65 kilometer. Daarna komt Nimal van The Kandy House ons oppikken. The Kandy House heeft potentie, maar ook enige probleempjes. Het ligt mooi met uitzicht over het dal, maar schoon is het zeker niet. Nimal gaat aan de slag met het zwembad en probeert een betere schoonmaker voor binnen te regelen. Dat lukt vandaag niet meer, dus dit verhaal wordt morgen vervolgd. Mirjam klopt wat kussens uit en zwiept daarbij haar zelfgemaakte olifantenring het dal in. Ook eten laten bezorgen lukt maar matig. Na twee uur gaat Hans er zelf op uit om een afhaalmaaltijd en een bak ijs te regelen. Dat lukt. We hebben de hamburger, clubsandwich en roti met curry net achter de kiezen, als de bezorgsinghalees er alsnog na meer dan drie uur aankomt. Tsja dat hoeft dan ook niet meer. Kortom geen briljante start in Kandy. Kan alleen maar beter worden (hopen we).

Boeddha’s verstandskies

20130809-204714.jpg
Een uurtje later dan afgesproken verschijnt Nimal met de hulptroepen. Hij snapt dat zijn normale schoonmaker het niet gaat redden, dus hij heeft twee man uit een hotel ingehuurd om schoon te maken. Je kunt merken dat ze het vaker gedaan hebben en er zin in hebben. Stof wordt niet geveegd, maar met doeken letterlijk uit het huis geslagen.
20130809-195231.jpg
Met enige coaching en enkelvoudige opdrachten is het huis viereneenhalf uur later grondig schoongemaakt en zijn de vloeren in de pure Dettol gezet. Ondertussen haalt Nimal nieuwe vaat- en handdoeken en regelt voor de slaapkamer nieuwe gordijnen. We voelen ons opeens een stuk meer thuis. Terzijde; herinnert de Herriemenie zich de huisjes in Baarle Nassau nog? Die waren nog viezer.

20130809-210646.jpg
Na de Cemsto-controle vertrekken we naar de Tempel van de Tand. Volgens de legende werden na het overlijden van Boeddha delen van hem van de brandstapel gered. Die delen zijn verspreid over heel Azië en vertonen veel overeenkomst met rooms-katholieke relikwieën. Er zijn er heel veul van. Ook een tand van Boeddha werd bewaard. In de vierde eeuw voor Christus werd die tand naar Sri Lanka gesmokkeld en na een aantal omzwervingen (je vind veel ex-empels van de tand) kwam hij in Kandy terecht. Logisch, want Kandy was een soort Gallisch dorp, da het langst weerstand bood tegen overheersers. Ook tegen de Britten hebben ze het hier nog twee eeuwen uitgehouden.

20130809-211416.jpg
De tand is altijd bewaard in de buurt van de koning die het meeste macht had. Ook dat verklaard de extandtempels. Maar hiermee werd de tand niet alleen een religieus symbool, maar ook een symbool van de soevereiniteit van Sri Lanka. De tand zit goed opgeborgen in een gouden kistje en komt daar niet meer uit. De laatste keer dat een westerling hem gezien heeft was in 1914. Bella Woolf beschreef hem als een tand van 10 centimeter lang en waarschijnlijk van een buffel. Het doet er ook niet toe; het is een mooie tempel, druk met gelovigen die bloemen komen brengen en bidden. We blijven er een paar uur.

20130809-212109.jpg
Overal in de tempel vind je beelden en schilderingen van een haas en de maan. Nog een mooi verhaal. Voordat Boeddha Boeddha werd ging hij door een aantal reincarnaties heen. Die zijn beschreven in de Jakata-verhalencyclus. Een van de incarnaties was een haas. Die haas kwam op een dag een oude man tegen, die vreselijke homger had en smeekte om wat eten. Er was echter niks te eten, allen maar hout en gras. De haas maakte een vuurtje van het hout en sprong er vervolgens zelf in. Die oude man was uiteraard geen oude man, maar een god: Indra. Om de haas te eren plaatste Indra een beeld van de haas in de maan. Het verhaal komt overigens over de hele wereld voor; ook de gebroeders Grimm hbben er een versie van. Wij besluiten de dag niet met haas, maar afhaalsingalees voor de ouders (€ 1,40 voor een hele zak eten) en zelfgemaakte pasta met tomatensaus voor de kids.

Going back in time; toerist in 1989.

20130810-191136.jpg
We hebben een rustig dagje. We hebben twee mooie boeketten gehad vanwege de schoonmaak. Marit krijgt bezoek van een tjiktjak op de bank (gillen!) en we wandelen naar Kandy. Morgen begint in Kandy de jaarlijkse Perahera; een tiendaags festival waarbij De Tand, nou ja, een replica, in een processie de stad wordt rondgedragen. De artiesten beginnen te arriveren, sommige met zwaar transport als hierboven. Wij maken een shoprondje door de stad en merken dat ook de toeristen in grote getale beginnen toe te stromen. Dat was in 1989 wel anders.

Flashback
20130810-191522.jpg
In 1988 had Hans vanwege drukte en vacatures op het werk geen vakantie gehad. Met enige emotionele chantage lukte het om in 1989 5,5 week verlof te regelen. Het doel was een bezoek aan Ingrid B. in Thailand, afzakken door Thailand en Maleisië en terug vanaf Singapore. Ik vloog lekker goedkoop Air Lanka, de inmiddels failliet gegane voorganger van Sri Lankan Airlines en kreeg een free stopover aangeboden op Sri Lanka. Ingrid deed vrijwilligerswerk in Thailand in de toen nog straatarme Isaan. Na een gezellige week in Tha Rae en drie weken in Thailand en Maleisië vloog ik door naar Sri Lanka. Vakantie in Azië was in die tijd echt offline. Liever gezegd; als je een telefoonlijn naar huis wilde, dan moest je die van tevoren reserveren. Ik wist bij god niet wat er in de wereld aan de hand was en dat was best lekker.
20130810-192712.jpg
Het vliegtuig naar Sri Lanka was bijna leeg, dus gaat u maar zitten waar u wilt (business natuurlijk) en kunnen we nog wat te drinken voor u verzorgen? Licht vrolijk kwam ik om een uur of acht ’s avonds aan. In Colombo gingen de meeste passagiers in transit en was ik een van de zes passagiers en de enige blanke die bij de bagageband stond. Met de taxi ging ik naar het guesthouse, dat ik dik twee maanden tevoren per brief (jawel) had gereserveerd. “We did not expect you sir” zei de vader van de familie die het guesthouse runde. En waarom dan niet? “Because of the situation”.

20130810-193131.jpg
Die situatie bleek na de eerste democratische verkiezingen in 12 jaar behoorlijk uit de hand te zijn gelopen. De politieke tak van de Tamil Tijgers was er niet aan te pas gekomen en dus waren er rellen, gevechten en aanslagen geweest in de weken dat ik in Thailand en Maleisië zat. Volgens officiële bronnen waren er 53 mensen om het leven gekomen, maar in werkelijkheid veel meer. But now everything is under control”. Niet eerder had ik iemand zo weinig overtuigd horen liegen.
Uiteindelijk viel het allemaal mee. Op drie Duitse archeologen in Anuradhapura en een adopterend Nederlands stel was ik 12 dagen de enige blanke die ik tegenkwam. Vanwege de dreiging stonden er overal roadblocks, waar iedereen op de bus zijn hele hebben en houden moest uitpakken. Nou ja, behalve ik; ik kreeg thee van de roadblockcommandant. In Galle kreeg ik een rondleiding met uitleg in de rechtbank. In Anuradhapura hoefde ik niet te betalen, want voor één man deden ze het ticketoffice niet open. Iedereen was extra vriendelijk en gastvrij voor die malle toerist die zomaar tijdens de “situation” Sri Lanka bezocht. Bij de zwaarbewaakte Perahera kon ik lekker op het trottoir zitten kijken, terwijl moeders niet alleen hun eigen familie voederden, maar ook die toerist.
“De” toerist van 1989.

Youpidoo, we mogen weer naar een tempel toe

20130811-175930.jpg
Slaat de tempelmoeheid nou niet eens toe? Soms wel natuurlijk, van de andere kant; als er iets niet geldt voor tempels, dan is het dat als je er een kent, je ze allemaal kent. Vandaag doen we de “three-temple-loop”, drie (jawel) 15e eeuwse tempels die een kilometer of 13 buiten Kandy liggen. We nemen om 10.15 de tuktuk naar de eerste van de drie, de Embeka-tempel. Frank en Hans scoren een King Coconut, terwijl Mirjam en Marit de winkel van een houtbewerker binnenstebuiten keren.

20130811-194400.jpg
De Embekatempel is van hout, met volgens het verhaal nog originlele delen uit 1415. Lijkt ons stug, maar er zit mooi houtsnijwerk in. We vallen met onze neus in de boter, want om 11.30 uur is een van de drie dagelijkse Poja, zeg maar een bidhalfuurtje.

20130811-194554.jpg
Laten we maar zeggen dat er niet heel veel geld besteed is aan de opleiding van de drie muzikanten of dat wij totaal niet in staat zijn een en ander op de juiste religieuse en muzikale waarde te beoordelen.

20130811-194845.jpg
Geinspireerd door het houtsnijwerk uit de tempel kopen we twee kistjes bij de eerder genoemde houtbewerker. We wandelen 3,5 kilometer door een dorpje en tussen theeplantages en rijstvelden naar de Lankatilake tempel. Da’s de tempel op de grote foto hierboven. Het gaat redelijk kuitenbijtend heuvelop. Een van de kids gaat ervan huppelen, de ander een beetje mopperen en van geen van tweeën mogen we de fotoos ervan laten zien. De Lankatilaketempel ziet er meteen gezellig uit, met heel veel picknickende singhalezen. Wij pakken een kopje koffie, dat zo heet is dat Frank het over zijn broek laat vallen. De aandacht voor de tempel is opeens helemaal weg.

20130811-195619.jpg
Dat is best jammer, want hij is wel apart. Aan de linkerkant is de tempel Boeddhistisch en aan de rechterkant Hindoeistisch. Vreedzame coexistentie, die je wel vaker ziet in Sri Lanka, maar die hier wel heel dicht op elkaar is uitgevoerd. De zin om naar de volgende tempel te lopen is weg, dus we liften mee naar de derde tempel met een bus dagjesmensen uit de buurt van Colombo. Die derde tempel heeft weer meer iets Zuid Indiaas, maar staat helaas in de steigers.

20130811-200007.jpg
Wel komen wel weer een oude bekende tegen. Trouwe bloglezers zullen geen moeite hebben met het beantwoorden van de kwisvraag van vandaag: “wat is de bijnaam van koning Nissan Kamulla?”. We nemen een tuktuk terug naar het huis en chillen wat tot het avondeten. Ditmaal afhaal van Dinemore het Sri Lankaanse antwoord op de internationale fastfoodketens. De curry en tandoori smaakte in ieder geval een stuk beter dan de KFC van twee dagen geleden. De Colonel zou zich in zijn graf omdraaien als hij kon zien hoe vies de Fentucky Fried Chicken in Kandy is. Weten we ook weer dat we daar niet meer heen hoeven. Of eigenlijk wisten we dat al.

De dokter is ook timmerman; over zelfredzaamheid en traditie.

20130812-170521.jpg
Een tropisch huis heeft wel wat extra onderhoud nodig. Zo moeten ’s morgens eerst de uitwerpselen van de tjitjaks uit het huis geveegd worden. Het huis waarin wij verblijven is eigendom van Simon en wordt gemanaged door Nimal. Simon werkt voor het Rode Kruis en woont in Genève, dus de druk ligt vooral bij Nimal. Simon en Nimal kennen elkaar uit de periode na de tsunami, toen beiden hulp verleenden aan de slachtoffers. Nimal blijkt naast huisbewaarder ook social worker te zijn. Hij werkt voor de Creativity Development Corporation aan empowerment en grass roots development. Voldoende vaag om nieuwsgierigheid op te wekken. “Wat hij dan doet?”. “Projects”.

20130812-171159.jpg
Vandaag gingen we met Nimal op stap om twee van zijn “projects” te bekijken. Het eerste was een water en sanitatieproject een kilometer of 50 van Kandy. Toen de Britten 200 jaar geleden echt de macht kregen in Sri Lanka weigerden de Singhalezen voor het Empire te werken. De Britten importeerden vervolgens Tamils uit Zuid India om in de thee- en rubberplantages te werken. Officieel was het een vrije keuze; ze kwamen uit een straatarm gebied. Praktisch waren de Tamils lijfeigene van de plantagebazen. We bezoeken een gehucht met een twaalftal huizen, waar 30 families wonen. Per huisje dus twee of drie families. Tot voor kort moest al het water uit een stroompje, of een verderop gelegen bron gehaald worden; een taak die op de vrouwen neerkwam.

20130812-172249.jpg
Zelf voor stromend water zorgen was teveel gevraagd. De Tamils werken als dagloner op de rubberplantage voor omgerekend 3 euro per dag. En als er niet gewerkt kan worden omdat het regent verrdienen ze dus niets. Een waterleiding aanleggen met Australisch geld is een ding, maar het ging erom dat de gemeenschap eigenaar werd en voelde van het project. Er werd dus een cooperatie opgericht die verantwoordelijk is voor de instandhouding van de waterleiding: individuele watermeters voorkomen verspilling en zorgen voor inkomsten voor onderhoud. Kumara, het dorpshoofd leidt ons trots rond en laat en passant zien hoe je rubber uit een boom tapt. De leiding van het project is in gezamenlijke hand van Kumara namens de mannen en Lalith namens de vrouwen.

20130812-172746.jpg
Lalith weet goed uit te leggen wat de voordelen van het project voor de vrouwen zijn. “We hebben veel meer tijd, want we hoeven geen water meer te halen. Koken is gemakkelijker en gezonder met water rechtstreeks in de keuken. En met het water in de toiletten, die ook bij het project horen kunnen vrouwen zich beter verzorgen. Het geeft ons waardigheid”.

20130812-173251.jpg
Onderweg naar het volgende project komen we kokosnoten oogstende mannen tegen. Gevaarlijk werk; ze klimmen met alleen een touwtje om de voeten 15 meter of meer een palmboom in.

20130812-173753.jpg
We krijgen gratis en voor niks heerlijke kokosnoten te drinken en te eten aangeboden. We worden telkens weer blij verrast door de vriendelijkheid en gastvrijheid van de Sri Lankanen.

20130812-174300.jpg
Ons tweede bezoek is aan Podi Appuhami, een traditionele genezer. Singhalese geneeskunst (Ayurveda) is al duizenden jaren oud. Sri Lanka claimt het land te zijn met de eerste ziekenhuizen ter wereld. Hoewel de westerse geneeskunst onder invloed van de Engelsen jarenlang gepromoot werd, is er sinds de jaren 70 weer meer aandacht voor natuurgeneeskunde. Er is zelfs een ministerie voor traditionele medicijnen. Naast deze geinstitutionaliseerde aanpak van de oude geneeskundige kennis, wordt het beroep van natuurgenezer al honderden jaren doorgegeven van vader op zoon. “Ik kan aan de manier waarop iemand aan komt lopen zien door wat voor soort slang hij gebeten is, bij een westers ziekenhuis moeten ze de slang zien om te weten welk tegengif nodig is” zegt Podi. Ook voor botbreuken ben je hier aan het goede adres, wel zo handig met al die kokosnotenoogstende palmboomklimmers. Gisteren heeft Podi nog 6 botbreuken gezet en twee slangenbeten behandeld met aftreksels van zelf geoogste kruiden. Naast kruiden krijgt de patient ook metafysisch advies om met de hogere machten weer in balans te komen en te blijven. Het is goedkoper en vaak sneller om door een natuurgenezer geholpen te worden. En als de patient niet kan betalen, dan wordt hij gratis geholpen. Podi geniet van het respect dat hij in de gemeenschap krijgt. Maar van respect alleen kun je niet leven, dus hij is ook timmerman. Ook zijn oudste zoon is timmerman. Eerst moest die eerst niet veel van de natuurgeneeskunde hebben, maar hij krijgt nu belangstelling voor het vak en wil in de voetsporen van zijn vader treden. Projectmatig wordt nu ook getracht de kunst in stand te houden door het organiseren van cursussen buiten familieverband en het bevorderen van biodiversiteit. Om kruiden te gebruiken moeten ze er natuurlijk wel zijn en een monocultuur van thee of rubber helpt dan niet echt.

20130812-181528.jpg
Na de uitleg krijgen we thee en versnaperingen aan de eettafel van de familie. Die niet mee eet “want dat hoort zo”. We krijgen betelnoot te proeven. Het aanbod om een plant mee te nemen die goed is tegen botbreuken en nog wat kwalen wijzen we maar af; die is hier lokaal waarschijnlijk veel beter te gebruiken.

Stilte voor de Perahera

20130813-142622.jpg
Na het intensieve dagje projecten gisteren slaapt de reisfamilie vandaag eerst eens goed uit. Hans gaat met een lokale taxichauffeur de stad in om een plekje te zoeken om vanavond de Perahera te bekijken. De processie wordt volgens eeuwenoude rituelen uitgevoerd en volgens vast routes door de stad gehouden. Deze eerste avonden trekt de processie 20 tot 30.000 kijkers. Die moeten op één kilometer route worden ondergebracht, dus reken maar uit. Je kunt er voor niks naar toe, maar dan moet je een uur of drie, vier van tevoren op de stoep gaan zitten. Naast plekken op de officiële tribunes voor $90 worden restaurants en winkels ook omgebouwd tot tribune. In lege panden zelfs tien rijen diep, maar of je dan nog iets ziet? Er worden geen concessies gedaan zoals het aanpassen of verlengen van de route, dus persen maar, al zijn de laatste dag de processie en route wel langer. Er worden dan ook meer dan een miljoen mensen verwacht.

20130813-150259.jpg
Terwijl de artiesten komen aanlopen vind Hans een plek op de tweede verdieping van het Midland-restaurant tegen een prijs die, laten we zeggen, in lijn is met wat je verder in dit land aan toegangsprijzen betaald. Het is een schimmige handel, met tussenpersonen die de restauranteigenaar weer betalen. De overheid profiteert vrolijk mee, want per kijker op een stoel rekent het stadsbestuur 1000 roepies (6 euro). De perahera is laat afgelopen; het verslag volgt morgen.

Olifanten, priesters, vuur en heel veel dansers

20130814-120406.jpg
Een Perahera is een processie. Perahera’s worden overal in Sri Lanka gehouden, maar die van Kandy is absoluut de grootse. Er wordt gezegd dat het ook een van de grootse festivals in Azië is en dat zou zomaar kunnen. Al vlakken we natuurlijk ook het Wax Candle Festival in Thailand niet uit.
Er worden al perahera’s gehouden sinds de derde eeuw voor christus. Oorspronkelijk waren het Hindufeesten om de vier devalees (tempels) te eren. De ‘moderne’ Kandy Esala Perahera is gestart in 1775. Zoals eerder gemeld werd de tand van Boeddha gezien als het teken van souvereiniteit van de Singhalese vorsten. De vorst zelf beschouwde de tand weer als persoonlijk bezit, waar hij af en toe eens lekker naar ging zitten kijken. Om het volk ook de kans te gunnen een blik op de tand te werpen (nou ja, het tandenkistje), besloot Kirti Sri Rajasinghe de tand in processie door de straten te laten voeren. De optocht heeft nog steeds hindutrekken, maar is meer en meer geannexeerd door de Boeddhisten, een proces dat zich de laatste jaren steeds nadrukkelijker voltrekt. Kon je 20 jaar geleden nog kijken met een iertje in de hand, nu wordt er geen alcohol meer verkocht.

20130814-174736.jpg
Wij zijn een uur of drie voor de start van de Perahera in het centrum. Dan zitten er al vrij veel mensen op de stoep om een plaatsje zeker te stellen. Hoe verder in de periode van 10 dagen, hoe uitgebreider de processie wordt en hoe eerder mensen al een plekje reserveren. De laatste dag worden er een miljoen mensen verwacgt en zitten er om acht uur ’s morgens al mensen op het trottoir.

20130814-175219.jpg
Wij hebben gereserveerde plekken en zitten op de eerste rij van de tweede verdieping van het Midland restaurant met een prima uitzicht. Voordat we gaan zitten tekenen Marit en Frank strips in het kantiortje van het restaurant. Hans gaat socializen met wat politieofficieren en komt erachter dat tijdens de Perahera 8000 agenten worden ingezet. Om 19.20 uur, de astrologisch beste tijd van deze dag wordt er een kanon afgevuurd en start de Perahera. Een kwartiertje later is hij bij onze plek.

De Perahera wordt aangekondigd met knallende zweepslagen, gevolgd door jongleurs, die enge dingen doen met vuur. Vuur is toch wel een thema: de processie wordt traditioneel verlicht door vuurkorven gevuld met kokosnoten en kerosine. Dat is niet zonder risico: het Rode Kruis is dik aanwezig. Soms gaat het echt mis: in 1959 stapte een olifant op een brandende kool en sloeg op hol. In de paniek kwamen 20 mensen om het leven en werden er honderden gewond.

De olifanten gedragen zich vandaag keurig. Er zijn er zeker 60, afgewisseld met een paar duizend dansers en trommelaars. De processie trekt twee uur langs en verveeld geen moment. De dansgroepen studeren ieder jaar een eigen, nieuwe routine in. Per groep heb je ook verschillende dansen. De trommelaars zorgen voor een opzwepend ritme en de dansers moeten redelijk kapot zijn aan het einde van de avond. De olifanten lopen daar rustig tussendoor, al dan niet uitgerust met LED-verlichting. Er zijn erbij die hun kop vrolijk meebewegen op de maat van de muziek. Na dik twee uur wordt het spektakel afgesloten met de drie grootste olifanten, waarvan de middelste de (replica) tandenkist draagt. Geweldige en indrukwekkende avond.

“It would be either kill, or be killed”

20130815-181839.jpg
Op ons balkonnetje bij de Perahera zit ook een Brits stel met hun dochter. We zitten gezellig te kletsen en nodigen ze uit om de dag erop een bak koffie te komen drinken. Het kost ze even zoeken, maar om een uur of half twaalf zijn ze er.
Raj Ragavan is van Sri Lankaanse afkomst en voor het eerst sinds 30 jaar weer terug in Sri Lanka. Hij wil graag vertellen hoe dat komt. Raj woonde in Jaffna, in het noorden van Sri Lanka. Zijn vader was tweede man bij de lokale waterboard en zijn moeder was onderwijzer. “We waren in goede doen, we leefden kalm in die tijd en we hadden het gewoon goed.” Dat veranderde toen de Tamil Tijgers is opstand kwamen. “Wij zijn Tamil, maar omdat mijn vader voor de regering werkte moesten we weg uit het noorden.” De familie kwam terecht in een vluchtelingenkamp in de buurt van Colombo. Dat gaf een forse schok in hun rustige bestaan. In het kamp was niks te doen. “We maakten van karton geweren en speelden oorlogje”. Het spel werd serieus toen er recruiters van de Tamil Tijgers in het kamp kwamen. “Ik had daar een slecht gevoel bij. Uiteindelijk zou het neerkomen op doden, of gedood worden”.
Vader had nog de nodige connecties. Er werd een paspoort en een ticket geregeld en Raj werd op het vliegtuig naar Londen gezet. “Ik wist verder niks; ik had alleen een telefoonnummer van een man die mijn vader ooit op een conferentie had ontmoet”. Op Heathrow meldde Raj zich bij de immigratie als vluchteling, net als overigens driekwart van et vliegtuig. De toelating verliep redelijk vlot en met hard werken en studeren wist hij een goede baan te krijgen bij een internationale hotelketen. “Ik heb nooit mijn hand op hoeven houden; ik kon zelfs mijn brier en zus over laten komen en hun opleiding betalen”.
Na 30 jaar is hij nu terug In Sri Lanka voor een reunie van zijn oude school. Hij heeft niet zoveel meer met Sri Lanka. “Ik ben meer Brits dan de Britten, al heb ik wel jarenlang mijn Sri Lankaanse paspoort gehouden”. Dat veranderde 6 jaar geleden toen hij tot Brit genaturaliseerd werd: “Minder gedoe in de Europese Unie met Shengenvisa en zo. En je wordt in het middenoosten ontzettend gediscrimineerd met een Sri Lankaans paspoort.”
In de weken dat hij terug is heeft Raj zijn ogen goed de kost gegeven. Hij heeft niet veel vertrouwen in de situatie in Sri Lanka. “De Tamils worden nog steeds gediscrimineerd. Er zijn er miljoenen die niet eens burgerrechten hebben en die vreselijk worden uitgebuit. Alleen net niet genoeg om nu al in opstand te komen.” En dan? “Als er niets veranderd, is er hier over vijf, zes jaar weer een oorlog.”

Frank en Marit op de catwalk

20130816-214230.jpg
Na het bezoek van Raj en Margret gaan we naar het Thee-museum een kilometer of vier zuid van Kandy. Het is een oude theefabriek, die keurig gerestaureerd is en vervolgens omgebouwd tot (inderdaad) museum. We krijgen een privérondleidng van een vriendelijke Singhalese. Thee is een relatief jonge bedrijfstak in Sri Lanka. Tot 1870-1875 werd er vooral koffie verbouwd. De koffieplantages werden echter aangetast door ziektes en het was koffieboer James Taylor die naar Darjeeling in India trok en de thee naar Sri Lanka haalde.

20130816-215012.jpg
James Taylor mag dan de thee naar Sri Lanka hebben gehaald, het was Sir Thomas Lipton die Sri Lanka kwa thee op de wereldkaart zette. Lipton een ondernemend baasje. Op 14 jarige leeftijd vertrok hij naar de VS waar hij 5 jaar op een boerderij werkte. Na terugkeer in 1871 begon hij kruidenierswinkel in Glasgow. Met aardige publiciteitsstunts wist hij zijn bedrijf snel uit te breiden. Zo liet hij varkens door de starten lopen met een bord op de rug met daarop: “Mijn heerlijke Ierse bacon is op we naar Lipton’s”. In 1880 bezat hij 20 winkels, in 1890 meer dan 300. In 1889 ging Lipton stunten met thee. Hij verkocht die voor 1/3 van de gangbare prijs. Binnen twee jaar verkocht hij 5 miljoen kilo thee. Op weg naar Australië in 1890 stopte hij in Sri Lanka en kocht vijf failliete theeplantages. Op die manier wist hij de tussenhandel uit te schakelen en door slimme marketing en eigen verpakkingen (ook nieuw voor die tijd) wist hij in Engeland en de koloniën het grootste theemerk te worden. Dat hij daarmee de lekkerdere Chinese thee uit de markt stootte boeide hem weinig. Het verklaard wel de voorkeur van de Engelsen voor de minder subtiele Ceylonthee, die vervolgens met een sloot melk gedronken moet worden.

20130816-220333.jpg
Wat minder handig was, was dat Lipton in het VK de thee alleen in zijn eigen winkels verkocht. Met de opkomst van andere supermarkten en theemerken verdween Lipton nagenoeg uit Engeland. Da’s des te opmerkelijker, omdat Lipton in Azië nog steeds marktleider is.

20130816-220744.jpg
Kijk, zo leer je weer eens wat. Een catwalk werd dus gebruikt om maandelijks het dak van de theefabriek te inspecteren.

20130816-221051.jpg
En tegenwoordig lopen modellen over de catwalk, of je kunt er een spannende wandeling over maken in het theemuseum in Kandy.

Maar waar is Titus Nou?

20130817-114841.jpg
We hadden een busje gehuurd voor de reis van Kandy naar Negombo. Dachten we. Maar als er om 10 uur niks komt, gaat Hans erop uit om een andere bus te regelen. Dat soortt dingen lukt altijd in Azië, dus om 11 uur zitten we in een taxibusje naar Negombo. Het is maar 100 kilometer, maar we weten inmiddels dat we blij mogen zijn als we 35 kilometer per uur halen.

20130817-115201.jpg
Even na 1400 uur zijn we bij ons laatste adresje: de Airport Villa, die inderdaad op een minuut of 5 van de luchthaven ligt. We anticiperen alvast op het vertrek; we moeten om 0200 uur ’s nachts naar het vliegveld. De villa is mooi luxe en ondanks de nabijheid van de aanvliegroute lekker rustig. Er vliegen ook niet overdreven veel vliegtuigen op Colombo, met nog geen drie vertrekkende vluchten per uur is het snel op. We relaxen wat bij het zwembad en eten ’s avonds Pizza en Paper Dosa bij het multicuisine restaurant Sasha. Als we terugzijn bij het huisje, komt de eigenaar nog even langs om kennis te maken. Mr Malraj heeft het huis laten bouwen om er te gaan wonen na zijn pensioen en in de tussentijd verhuurt hij het. Mr Malraj is in goede doen; als directeur van de afdelingen betaaltv en de telefoongids van Sri Lanka Telecom zit hij kwa inkomen duidelijk ver boven het Sri Lankaanse gemiddelde. De oppasser / schoonmaker van het huis moet het met 5 euro per dag doen.
Op vrijdag slapen we dik uit en pakken de bus naar Colombo. Ook weer een mijl op zeven. We zijn op zoek naar wat cadeautjes en een mooie metalen doos om kruiden in op te slaan. Die moeten ze hebben bij Titus. We stappen uit in Pettah, het oude commerciële centrum van Colombo. We worden wat van het kastje naar de muur gestuurd.

20130817-120839.jpg
En komen terecht bij het Nederlands museum. Ondergebracht in een 400 jaar oud huis is het de entreeprijs niet echt waard, maar wel even rustig uit de hete en vieze smog van Pettah. We kopen een broodje bij Sriyani, dat niet alleen een bakker, maar ook drie verdiepingen restaurant blijkt te zijn. We eten lekkere massala dossa en roti. Daarna verkennen we de buurt nog wat meer en stuiten uiteindelijk toch op:

20130817-121523.jpg
Titus dus. Titus is een kruising tussen de Blokker en Xenos, met een assortiment dat ongeveer 40 keer kleiner is als onze huishoudzaken. Ze hebben wel kruidensets in afgrijselijk roze plastic. Maar dat gaat hem dus niet worden. Mr Malraj heeft beloofd om ons op te pikken. Onderweg bezoeken we nog een Hindoeistische tempel, waar priesters uiterst authentiek gekleed met hun mobiele telefoon zitten te spelen.

20130817-123335.jpg
We worden opgepikt bij de clocktower. Gebouwd in opdracht van de vrouw van de Engelse gouverneur, die het helemaal gahad had met het Oosterse begrip van tijd. Een ding is zeker: in haar doelstelling hier verandering in aan te brenegen is ze niet geslaagd.
Mr Malraj voelt zich speciaal verantwoordelijk voor ons welbevinden, omdat de houseboy dit weekend zijn tweemaandelijks verlof heeft. We gaan dus eerst mee een kopje thee bij hem thuis drinken, halen pizza bij Domino’s en drinken daarna nog een biertje in onze villa. Geen culturele hoogtepunten vandaag, maar de dag goed doorgekomen.

“Zolang we maar niet neerstorten, vind ik alles best”

20130818-191235.jpgDe eerste dikke helft van onze laatste dag in Sri Lanka brengen we in gepaste ledigheid door. We slapen uit en maken maximaal grbuik van het zwembad. Na de lunch gaan we op zoek naar sporen van de Nederlandse aanwezigheid in Negombo. Die poort hierboven is ongeveer het enige spoor van die aanwezigheid. Als je onder de poort door nog 5 meter doorloopt zit je in de gevangenis van Negombo. Lijkt me sowieso al geen pretje, maar op het strand 100 meter verderop wordt vis gedroogd en dat ruikt als…. in de tropen in de open lucht gedroogde vis.

20130818-192258.jpg
Een ander overblijfsel van de Nederlanders zijn kanalen. Aangelegd om specerijen eddicient naar de haven van Negombo te vervoeren, worden ze meer dan drie eeuwen later nog steeds onderhouden en gebruikt.

20130818-192455.jpg
Wat verder opvalt in deze omgeng is een enorme hoeveelheid katholieke kerken. Die zijn overgebleven uit de Portugese tijd. In grote getale werd de bevolking in deze omgeving bekeerd. Deels waarschijnlijk niet erg lastig, want de katholieke heiligencultuur sluit goed aan bij het veelgodendom van de hindoes. Naast een nieuw geloof kregen de bekeerlingen ook een nieuwe naam. Waarschijnlik de reden dat nog steeds heel veel Singhalezen Da Silva heten, al zijn ze inmiddels allang weer boeddhist.

20130818-193112.jpg
We vliegen op het onchristelijke uur van half vijf ’s ochtends. We moeten om een uur of twee op het vliegveld zijn, dus na drie uurtjes slaap staan we om 0100 uur al weer op. Mr Malraj komt om ons naar het vliegveld brengen, dat maar vijf minuten verderop ligt. Inchecken gaat met een slakkegang, maar na een uur is het gelukt en drinken we nog een iced coffee in de vertrekhal. De vlucht met Etihad naar Abu Dhabi is bijna een uur vertraagd. De stoelen zijn echter comfortabel en er zijn hele grote tv-schermen. Maar zoals Marit opmerkt: “”Zolang we maar niet neerstorten, vind ik alles best”. Etihad mag dan de maatschappij van Abu Dhabi zijn, er werken natuurlijk geen Abu Dhabiaanse vrouwen aan boord. De crew bestaat uit een divers samengesteld internationaal gezelschap, waarbij de Natasha’s en Yulyia’s de boventoon voeren. En zoals een oud spreekwoord luidt: “You can take the girl out of Aeroflot, but you cannot take Aeroflot out of the girl”. Maar ze doen hun best.
Met meer dan een uur vertraging komen we aan in Abu Dhabi, waar we met versnelde pas van terminal 1 naar 3 verplaatsen. De club uit Sri Lanka zit als laatste op het vliegtuig naar Amsterdam, dat me een half uurtje vertraging vertrekt. Eten en service worden verzorgd door een vooral west-europese bemanning en zijn beiden beter dan op de eerdere vlucht. Hoewel ze bij onderzoeken hoog scoren in first class, heeft Etihad heeft nog een hele weg te gaan, voordat ze op het economyclass niveau van de zuidoost Aziatische maatschappijen zitten.

20130818-194855.jpg
Precies volgens schema komen we om 14.40 uur aan op Schiphol. 5 kwartier later zijn we weer thuis.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s